Persbericht
Overleg Buurtcomités Kessel-Lo
Vrijwilligers meten
grote hoeveelheden
sluipverkeer
in woonstraten
21 juli 2009
Buurtcomités vragen een
globale aanpak van de verkeersoverlast in de woonstraten.
Heel wat
bewoners en bewonersgroepen uit Kessel-lo kaarten regelmatig en sinds jaren het
probleem van het sluipverkeer aan. Maar omdat de Stad Leuven dat sluipverkeer
nog nooit geteld heeft of wij er geen weet van hebben,, weten we zelfs niet bij
benadering wat het aandeel er van is in het totale verkeer in de buurt. Een
globale aanpak om het te remediëren is er evenmin. Bij gebrek aan betrouwbare informatie over het probleem, besliste het Overleg Buurtcomités Kessel-Lo om op 21
april 2009, tijdens de spitsuren, zelf een verkeerstelling op te zetten om de
verkeersstromen door een aantal straten van de deelgemeente in kaart te
brengen.
Methodologie: het Overleg Buurtcomités selecteerde straten
die in het mobiliteitsplan ingekleurd zijn als Lokale Weg type III. Zulke wegen ‘hebben in principe geen doorgaande
functie tenzij als doorgang voor omliggende straten.’ (Mobiliteitsplan p. 45). Dankzij
de telling konden de comités nagaan of deze straten enkel bestemmingsverkeer
voor de eigen straat of zijstraten slikken of ook sluipverkeer dat geen
vertrekpunt of bestemming in de buurt heeft.
Op de tellocaties aan de straten
noteerden medewerkers de eerste karakters van de nummerplaten gedurende een
uur. Het streefdoel was om vier karakters van een nummerplaat te noteren. Dit
geeft voldoende garantie op juistheid. Op sommige tellocaties was het noteren
van vier karakters onmogelijk wegens de drukte en noteerden de tellers er drie,
wat een iets lagere graad van waarschijnlijkheid biedt maar nog vrij
betrouwbaar is.
Nadien werden de gegevens van alle
tellocaties samengebracht en vergeleken. Zo konden de comités nagaan op welke
tellocaties de binnenrijdende auto’s terug kwamen binnen hetzelfde uur. Een
auto die op meerdere tellocaties passeert, valt niet onder de noemer bestemmingsverkeer maar is sluipverkeer.
Resultaten
:
1) In heel wat straten ligt de
verkeersdruk vrij hoog, met name boven de 150 auto’s per uur. Ter hoogte van de
rotonde aan de Koning-Albertlaan loopt het aantal auto’s per uur zelfs op tot
boven de 500 per uur.
2) In heel wat straten is meer dan
een op drie van de passerende auto’s sluipverkeer, op een of zelfs op twee
momenten van de dag, en op sommige locaties is meer dan de helft sluipverkeer.
Zo kunnen we 45% van het verkeer in de Platte Lostraat sluipverkeer noemen. Van
het verkeer dat uit de Desiré Mellaertsstraat de Valvekenstraat inreed, was 53%
sluipverkeer. En van het verkeer Pachthof-Jozef Wautersstraat was 58% sluipverkeer.
conclusies:
Zelfs al vragen deze cijfers om
verder onderzoek, ze zijn een duidelijke aanwijzing dat het aandeel sluipverkeer
in de woonstraten van Kessel-Lo hoog is, tenminste tijdens de spits.
De oorzaak van het sluipverkeer is
bekend: de steenwegen slikken veel verkeer vanuit de omliggende dorpen. Telkens
wanneer er files ontstaan, nemen automobilisten sluipwegen. Dat zorgt er voor
dat de woonstraten op die sluiproutes hun karakter van ‘lokale weg’ tijdens die
periodes verliezen. In de plaats daarvan krijgen de inwoners
verkeersonveiligheid en overlast.
Overleg
Buurtcomités Kessel-lo vraagt aan het Stadsbestuur van Leuven:
-
Een gesprek over over het sluipverkeer aan
de hand van de in het rapport voorgestelde observaties. Het rapport is bezorgd
aan het College van Burgemeester en Schepenen van de stad Leuven op 7 juli
2009.
-
Een uitbreiding van deze telling: op meer
tellocaties, op meer momenten, met de juiste middelen.
-
Maatregelen om de sluiproutes door te
knippen. Want zolang de mogelijkheid tot sluipen bestaat, zullen mensen blijven
sluipen. De doorknip van de Platte Lostraat aan de Verenigingsstraat is een
goed voorbeeld.
-
Zo’n knip moet ook passen in een globale
aanpak dat er voor zorgt dat het verkeer niet gewoon verschuift naar andere
routes. Omdat zo’n globale aanpak er niet is, bestaat er nog steeds
sluipverkeer in de Platte Lostraat, vooral waar niet is doorgeknipt. Een piste
is een goed uitgewerkt lussensysteem waarbij het onder andere onmogelijk wordt
gemaakt om deze woonstraten als verbinding te gebruiken tussen de Tiense- en de
Diestsesteenweg. We kunnen onderzoeken of dit kan met verzinkbare paaltjes die
de buurtbewoners zelf wel doorlaten.
-
Om ook de steenwegen te onlasten moeten we
alternatieve vervoersmiddelen aantrekkelijker maken door investeringen in fietscomfort
en goed openbaar vervoer.
We willen geenszins de verkeersproblemen
afschuiven op andere straten maar wel respect vragen voor de hierarchie van
wegen en voor de vastgelegde functies van straten.
Contact:
Elke Franchois
016/23 99 63