Het Overleg Buurtcomités Kessel-Lo (OBK) reageert met verstomming nu Stad Leuven nalaat het mobiliteitsplan bij te sturen na een negatieve evaluatie. Het schepencollege veegt de voorstellen van de buurtcomités van tafel. Die werden nochtans onderbouwd door deskundigen en soms zelfs met succes getest in de praktijk. Het OBK beraadt zich over acties.
Kessel-Lo [27/05/2026] - In 2022 keurde de gemeenteraad de volgende doelen van het mobiliteitsplan voor Kessel-Lo goed: “Sluipverkeer wordt uit de woonwijken geweerd en voetgangers en fietsers moeten zich veilig kunnen verplaatsen.” Ook hetRegionaal Mobiliteitsplan Vervoerregio Leuven stipuleert dat auto’s zo snel mogelijk moeten worden geleid naar wegen die aangepast zijn aan meer verkeer. Ook het vrachtverkeer dient gebruik te maken van een uitgetekend en veilig vrachtroutenetwerk, zodat de hinder en verkeersveiligheid in dorps- en stadskernen minimaal blijft.
Het OBK wees er vroeger al op dat het mobiliteitsplan deze doelen niet haalt. De evaluatie die het schepencollege heeft laten uitvoeren, bevestigt dat. De winst aan levenscomfort in een aantal straten leidt tot meer hinder in andere straten, door bewoners “de pineutstraten” genoemd.
Concrete voorstellen voor verbetering
Het schepencollege heeft altijd een 2de fase van het mobiliteitsplan in het vooruitzicht gesteld, met bijkomende maatregelen. Na overleg met schepen Vansina en in samenwerking met Kesselse verkeersdeskundigen en buurtcomités heeft het OBK verschillende alternatieve voorstellen uitgewerkt die moeten toelaten de doelen alsnog te halen. Deze voorstellen werden besproken met de schepen voor mobiliteit en zijn expert(en).
Naast enkele kleine, plaatselijke ingrepen (quick wins) en het lokaal herbekijken van circulatiemaatregelen kwam het OBK met 5 meer innovatieve voorstellen. Daaronder 3 maatregelen die sluipverkeer kunnen terugleiden naar de hoofdwegen of de overlast ervan verschuiven naar trajecten met minder bewoning. Daarvoor stelde ze telkens ook een locatie voor, waar via een proefopstelling vastgesteld kan worden wat het effect is op de verkeersstroom.
Daarnaast vroeg het OBK een gezamenlijke sensibiliseringscampagne en een nieuwe fietsverbinding langs de noord-zuid-as, op de grens van Kessel-Lo en Pellenberg, om het gemotoriseerd woon-werkverkeer te verminderen.
Politieke stilstand
Het stadsbestuur en de hogere overheid hebben de voorstellen van de buurtcomités onderzocht maar helaas zijn ze van plan om bijzonder weinig te doen. Enkel een hertekening van rijrichtingen rond de centrale werkplaatsen behoort hopelijk tot de mogelijkheden. Het schepencollege laat op deze manier heel wat mogelijkheden onbenut om de doelstellingen van haar eigen plannen te halen. Ze laat oogluikend toe dat lokale wegen, die dienen voor herkomst- en bestemmingsverkeer binnen een bepaalde wijk, ten onrechte gebruikt worden om de steenwegente ontlasten.
“Dit is volstrekt onbegrijpelijk”, zegt Jan Raymaekers van het OBK. “Zelfs voor ons voorstel op vlak van sensibilisering zou geen geld zijn. Nochtans heeft Leuven verschillende communicatiekanalen die ze zonder kosten kan inzetten om het belang van de snelheidslimieten en zachte mobiliteit in de verf te zetten.”
Het OBK wijst er ook op dat één van de proefopstellingen de facto al uitgevoerd is. Door werken is de voorgestelde enkelrichting in de Eenmeilaan tijdelijk al een feit. De verkeerssituatie is daardoor spectaculair verbeterd; autoverkeer in de straat is gedaald met 64%, fietsverkeer gestegen met 42% [1]. Allemaal zonder grote problemen voor de doorstroming. Toch houdt de schepen vol dat het niet haalbaar is om deze situatie te verlengen.
Onderbemande dienst mobiliteit
De stad beweert dat de dienst mobiliteit onderbemand is en te weinig middelen heeft om voorstellen uit te werken of te testen. Maar dat is een politieke keuze. Verkeersoverlast heeft een enorme invloed op de leefbaarheid van de woonwijken. Als je inwoners levenskwaliteit wil bieden, moet je voldoende investeren in mobiliteitsbeleid.
“Het schepencollege zegt eigenlijk dat ze tijdwinst voor pendelaars en vrachtwagens belangrijker vinden dan de levenskwaliteit van hun inwoners”, zegt Jan Raymaekers. “We roepen het stadsbestuur op om alsnog zijn verantwoordelijkheid te nemen en werk te maken van de beloofde fase 2 van het plan.”
[1] Vergelijking van eigen tellingen van het buurtcomité Eenmeilaan, op 21/05/2026 en op 22/05/2026; uitgevoerd in het kader van het jaarlijkse project ‘Straatvinken’.